Kunstbeurs Heemstede 7e editie ligt achter ons. We kijken terug op een meer dan succesvol weekend. Ruud Vermeer gaf het startschot op vrijdagavond met een interessante speech over Kunst en Commercie oftewel De waarde van kunst, die je hieronder nog eens rustig kan doorlezen.
 
Kunst en Commercie oftewel De waarde van kunst

Goedenavond, mijn naam heeft u al gehoord. Ik ben uitgever en hoofdredacteur van Pandora, tijdschrift voor kunst en literatuur. We zijn dit jaar bezig aan de achtste jaargang en we hebben in die tijd meer dan 200 interviews met kunstenaars gedaan. Daarnaast spraken we met talloze galeriehouders, organisatoren van exposities en andere kunstkenners. 

Eén van de zaken die daar regelmatig terugkwam als gespreksonderwerp was de waarde van kunst. En daarbij ging het niet alleen om een emotionele waarde van een aankoop, maar meer nog over hoeveel iets kon of mocht kosten. Wie of wat bepaalt de prijs?
Het leek mij een goed onderwerp om daar op deze kunstbeurs wat over te zeggen. 
Een maand geleden had ik een gesprek met een jonge kunstenaar. Hij exposeerde zijn werk in een mooie Haagse galerie en kreeg daar onder meer vragen over de waarde van zijn schilderijen. Zijn antwoord kwam ongeveer op het volgende neer:
‘Als het je raakt, weet je dat het zijn geld waard is. Ik kan je vertellen dat het een goede investering is. Omdat ik steeds zichtbaarder word, wordt mijn werk steeds meer waard en dat is uiteindelijk het belangrijkste. Je moet selectief zijn met waar je staat, en vooral op plekken exposeren die een goede naam hebben. Je wilt niet geassocieerd worden met een geitenwollen sokken-kunstmarkt.’
Naast hem stond zijn galeriehouder goedkeurend te knikken. Hij zou de jongeman ‘meenemen’ naar beurzen in binnen- en buitenland. Zijn schilderijen pasten helemaal in de tijdgeest.

Naam maken; tegenwoordig heet zoiets een ‘brand’. Je maakt van een kunstenaar een merknaam. Alles waar die naam op staat of mee verbonden is, is goed, heeft kwaliteit. Eén van de eersten die dat door had was Andy Warhol. Hij zette zijn handtekening op een lege pizzadoos en gaf die aan een bedelaar die voor de Factory zat met de mededeling: Hier heb je kunst!
Op die manier is kunst allang niet meer alleen maar iets moois dat je aan de muur van een kamer of zaal hangt, maar is het iets van waarde dat je in huis hebt gehaald. Men betaalt astronomische bedragen voor een Van Gogh of een Rembrandt, alleen maar om hem in bezit te hebben.
De koper hoopt in de meeste gevallen dat zijn aankoop in de loop van de jaren nog meer waard zal worden. Grote investeerders en kunstkopers proberen dan ook de prijs van hun aankoop c.q. hun bezit hoog te houden en bij doorverkoop winst te maken.
En het werkt ook andersom. Als Bill Gates een beeld van meneer X koopt, stijgt de waarde van meneer X zijn werk.

Beroemd of berucht is het verhaal van de haai van Damien Hirst. Het was het eigendom van Charles Saatchi, advertentiemagnaat en kunstverzamelaar die het werk in 1992 had gekocht voor 50 duizend pond.
In 2005 bood hij het te koop aan voor 12 miljoen dollar. Een enorm bedrag en toen een record voor een werk van een nog levende kunstenaar. Saatchi had Gagosian, de wereld beroemde kunsthandelaar ingeschakeld om het werk op de markt te brengen. Probleem was dat de haai in de tussenliggende jaren nogal van gedaante was veranderd. De huid was gaan rimpelen en had een groenige kleur gekregen. Er was een vin afgevallen en de formaldehyde oplossing in de tank was wat modderig geworden. Er was echter geen sprake van dat het werk opgeknapt of verbeterd kon worden. De zogenaamde kenners waren het er over eens dat dat afbreuk zou doen aan het ‘kunstwerk’. Uiteindelijk werd de installatie gekocht door Steve Cohen een Amerikaan die superrijk was geworden door het handelen in aandelen. Een aantal jaren na de haai kocht hij een Picasso voor 155 miljoen dollar…

De kunstmarkt is letterlijk een màrkt en hoewel de zeldzame succesverhalen mooie films opleveren, is de praktijk helaas een stuk minder romantisch. Je succes als beeldend kunstenaar wordt in grote mate bepaald door wie je kent en hoeveel er wordt geïnvesteerd in je naamsbekendheid. Niet persé door je talent. Daarnaast bestaat er niet zoiets als volledig autonome kunst. Elke kunst, ook de hogere, is onderhevig aan trends en aan de ongeschreven wetten van de heersende kunstelite. Een bepaalde stijl of stroming is het ene moment in, raakt dan weer uit, om vervolgens weer opnieuw ontdekt te worden. Soms ontstaan trends, soms worden ze gecreëerd met een duidelijk doel voor ogen.

Zo zien we de laatste jaren dat de belangstelling voor figuratieve kunst weer toeneemt. Decennia lang stond figuratie in Nederland duidelijk in lager aanzien dan de zogenaamde conceptuele kunst. Maar hoewel onder academieverlaters het aantal schilders vaak nog op één hand te tellen is, neemt de aandacht ervoor weer toe. Niet in de traditionele zin van het woord overigens. De trend die we hier zowel in de maatschappij als in de kunst zien, is er een van individuele vrijheid en een veelvoud aan media om je werk te tonen.
In Nederland en de ons omringende landen kiezen jonge kunstenaars de disciplines, stijlen en materialen die het beste passen bij het statement dat zij willen maken of de emotie die ze willen overbrengen. Daarmee proberen ze naam te maken.

En dan komt de vraag: Hoe kom je als kunstenaar op het moment het beste in beeld? Wat geeft de meeste kans op naamsbekendheid en verkoop?

Veel kunstenaars zijn nog steeds op zoek naar galeries die hen in hun ‘stal’ opnemen en hun beelden en schilderijen zullen gaan promoten op beurzen. Maar het is overduidelijk dat galeries in Nederland het nog steeds moeilijk hebben. Niet alleen ten gevolge van de crisis in 2008, maar ook en misschien wel vooral omdat er steeds meer alternatieven zijn voor kunstenaars om een publiek te bereiken. Eén ervan is de kunstbeurs.
Er zijn momenteel ruwweg twee verschillende ‘soorten’ beurzen. De meer traditionele beurzen zijn die waar de galeries op in kunnen schrijven en tegen een soms buitensporig hoog bedrag een stand mogen inrichten. Kunstenaars worden dan verondersteld om langs te komen bij de galerie die hen vertegenwoordigt.
Een heel ander soort beurs is die waar de kunstenaars zelf staan. Ze kunnen een stand huren en inrichten. Vaak tegen een relatief laag bedrag, zodat de investering makkelijker terug te verdienen valt. Wat dat betreft is de kunstbeurs hier een goed voorbeeld.

Tenslotte vind ik het leuk om te wijzen op twee nieuwe alternatieven voor kunstenaars om hun werk te kunnen exposeren en verkopen.
Het eerste is een groep kunstenaars die zich Artnomaden noemt. Het zijn nu zeventien kunstenaars die zelf expositieruimtes zoeken en inrichten. Ze nemen de organisatie over en zoeken per locatie uit welke leden van de groep er willen exposeren. Het aanbod is heel divers. Van schilderijen, fotografie tot aan ruimtelijk werk. Door een bundeling van krachten en iedere deelnemer een kleine bijdrage te vragen blijkt er veel mogelijk.
Het tweede is een initiatief van twee kunstliefhebsters die onder de noemer van Triple AAA pop-up exposities zijn gaan organiseren. Eens in de twee maanden huren ze ergens in het land een bijzondere locatie waar ze dan twee weekenden achter elkaar mensen uitnodigen om te komen kijken. Ze hebben een aardige groep kunstenaars bereid gevonden om daaraan mee te doen. Door de jaren heen hebben ze ook heel actief gewerkt aan de opbouw van een groot netwerk van kunstliefhebbers die dan komen kijken.

Het bundelen van krachten en zelf zoeken naar mogelijkheden om te exposeren is wat we zeker in de naaste toekomst steeds vaker zullen zien gebeuren. Afhankelijk zijn van wat een galeriehouder kan of wil is iets van het verleden.

Ik dank u voor uw aandacht.